Van oorsprong tot teelt: de asperge samengevat

De oorsprong van het witte goud

De asperge kent zijn oorsprong in het oude Egypte; daar zijn de oudste bewijzen van een aspergecultuur gevonden in de piramide van Sakkara. Hier zouden asperges zijn afgebeeld op muurtekeningen van een offergave voor een Farao. Maar hoe is deze heerlijke groente bij ons terechtgekomen?

Door de eeuwen heen heeft de asperge zich via Italië en Frankrijk een weg door Europa gebaand, om in de 18de eeuw in Nederland te aarden. Toen al waren er in Groningen en omstreken aspergebedden te vinden. In de 19de eeuw werd de teelt grootschaliger opgepakt, na de Tweede Wereldoorlog werd Zuidoost-Nederland hét aspergecentrum van Nederland.

De Latijnse naam is Asparagus officinalis L. Het is familie van de lelie-achtigen.

Een kleurrijk gewas

Waar de witte stengels onder de grond groot worden, groeien de groene alleen bovengronds, zonder speciale bedden. De groene kleur krijgen ze van het zonlicht. Maar er bestaan ook violette asperges, violet-groene asperges en paarse asperges. Alle asperges zijn zeer voedingsrijk: ze bevatten voedingsstoffen als magnesium, calcium en kalium en vitamines, zoals B1, B2 en B6. 

Weet u welke lengte de langste asperge heeft die ooit gestoken is? Bekijk deze en meer bijzondere aspergeweetjes op ‘Aspergeweetjes’.

 

De aspergeteelt: met de voeten in de aarde

Rond half maart worden de aspergezaden voor Hollandse witte asperges uitgezaaid. Een jaar later worden de planten rond 1 april gerooid en naar hun definitieve standplaats verplant, in geulen op een diepte van zo’n 25 cm. Deze eenjarige planten worden niet geoogst; ze moeten zich nog ontwikkelen. Pas het tweede jaar begint de oogst. In dit tweede jaar wordt er 1 week lang geoogst, in het derde jaar kan er echter zo’n 3 maanden lang geoogst worden. De plant kan vervolgens tien jaar lang gebruikt worden, totdat deze vernietigd en eventueel gerooid worden.

747x498.jpg