De beleving van het Scheepvaartmuseum

Ontdekken. Dat is het motto van Het Scheepvaartmuseum. “Bezoekers kunnen hier altijd iets nieuws ontdekken. We willen mensen verrassen, we willen verhalen vertellen op een innoverende manier”, begint Michael Huijser, directeur van Het Scheepvaartmuseum.

Het Scheepvaartmuseum is meer dan een museum over scheepvaart: het is een maritiem museum met zeer uiteenlopende doelgroepen. Van families met kinderen tot vaste klanten die komen voor de wisselende tentoonstellingen samengesteld uit stukken uit de meer dan 400.000 objecten tellende collectie. En deze bezoekers strijken ook allemaal even neer in Museumrestaurant Stalpaert.

Producten met educatieve waarde

Het gebouw, ’s Lands Zeemagazijn, deed vroeger dienst als pakhuis. Het werd ontworpen door Daniel Stalpaert en gerealiseerd in 1656. “Als de bezoeker binnenkomt in het restaurant, ziet deze gelijk de open keuken. Je ziet wat er gemaakt wordt. Het schept een soort vertrouwen als je begroet wordt door iemand die een broodje aan het maken is. Die oprechtheid en eerlijkheid willen we in alle gelederen van het museum laten zien”, vertelt Huijser. Zo worden er zoveel mogelijk streekproducten gebruikt en worden er waar mogelijk kruiden uit de VOC-tijd in de toegankelijke gerechten verwerkt. Huijser licht toe: “Met het gebruik van streekproducten laten we zien waar de producten vandaan komen en wanneer ze horen te groeien. Dat ging vroeger zo en dus doen wij dat nog steeds. Ik denk dat het heel goed is om bewustzijn te creëren, want we hebben natuurlijk ook een hele educatieve waarde. Dan is het belangrijk dat je overal het juiste verhaal vertelt.”

Integrale beleving creëren
Elk jaar bezoeken alleen al tussen de dertig en veertigduizend schoolkinderen het museum. Het menu bevat dan ook voor ieder wat wils. “Van broodje hagelslag tot een heerlijke open sandwich hummus”, lacht Huijser. “Het menu verandert vier keer per jaar, mee met de seizoenen. We werken qua tentoonstellingen met jaarthema’s . Daarbij zullen dan ook altijd een paar producten zijn die thematisch mee veranderen. In 2019 is het thema bijvoorbeeld ‘De Nieuwe Wereld’, het gaat onder andere over Amerika en Brazilië. Dan verandert de keuken mee qua producten. Op die manier creëren we een integrale beleving.”

Wereldculturen samenbrengen
“We willen wereldculturen samenbrengen”, vertelt Huijser. “Pure en ambachtelijke producten zijn hierbij kernwoorden.” Het museum heeft dan ook een volwaardige keukenbrigade, bestaande uit een chef-kok, een chef de partie en een chef patissier. “We maken alles in eigen huis: elk koekje bakken we zelf af. Vanuit oorsprong, ambacht en puurheid sturen we de keuken aan. Daarom gebruiken we zoveel mogelijk producten waar we een verhaal mee kunnen vertellen. We denken dat we dat zelf het beste kunnen doen. Zo bakken we met Sinterklaas zelf pepernoten.” Het verhaal wordt in het museum dus niet alleen in de tentoonstellingen vertelt, maar in elk onderdeel van het museum. Zo blijft het haar motto nastreven: ontdekken.

In totaal zijn de horecagelegenheden in Carré goed voor 200 couverts.