Kraantje Lek: vernieuwend verleden

Robbert van Berkel heeft iets met historische panden. In de duinen van Nationaal Park Zuid-Kennemerland onderneemt hij al tien jaar in Het Wapen van Kennemerland en recent kwam daar restaurant Kraantje Lek bij. “Ik val blijkbaar voor bedrijven met een mooi verhaal.”

Locatie met historie

Restaurant Kraantje Lek is niet zomaar een plek. Het is een begrip en het verhaal van het bedrijf is het verhaal van de geschiedenis van Overveen. Vissersvrouwen liepen in de zeventiende eeuw met emmers vis van de zee bij Zandvoort naar de Grote Markt in Haarlem en hielden hier even rust. Volgens het verhaal vulden ze hun emmers bij een pomp aan met duinwater en namen ze zelf ook een slokje.

Sinds het voorjaar van 2019 schrijft een jonge ondernemer met gevoel voor geschiedenis mee aan een nieuw hoofdstuk van de klassieker Kraantje Lek. Robbert kreeg de kans het pand aan te kopen, vernieuwde het nodige en behield het goede. “Mijn andere zaak, Het Wapen van Kennemerland, stamt uit 1852. Ik heb blijkbaar iets met panden met geschiedenis. Die historie helpt bij mijn ondernemerschap. Ik voel gelijk iets bij zo’n bedrijf en de gasten vinden zo’n verhaal ook mooi. Het maakt een plek uniek.”

Kraantje Lek: vernieuwend verleden

Goed gevoel

De ondernemersfamilie die het bedrijf voor Robbert runde, zat er al honderd jaar in. “Dat is natuurlijk vrij uniek. Dat een horecazaak zo lang in een familie blijft. Het is me ook gegund door de familie. Zij zagen hoe ik het aanpakte bij het Wapen van Kennemerland en dat is in deze omgeving ook een begrip, een instituut. Daarom hadden ze er vertrouwen in dat het verhaal van Kraantje Lek bij mij op een goede manier zou worden voortgezet. Ik kon niet de hoofdprijs betalen, maar dit voelde voor allebei de partijen toch het beste. Soms draait het meer om gevoel dan om geld.”

Kraantje Lek: vernieuwend verleden

Verbouwen met respect

Robbert wilde vernieuwen, maar wel met respect voor het verleden. Het is vooral de indeling van Kraantje Lek die is veranderd. Het pand en de uitstraling, daar wilde hij zorgvuldig mee omgaan. “We hebben inpandig best wat verbouwd, maar wel met respect voor de historische stijl van het pand. Je mag hier ook niet alles omdat het een rijksmonument is, maar je kunt natuurlijk wel je eigen sfeer geven aan de stijl.”

“De inrichting leek eerst een beetje op een jagershut, met opgezette dieren aan de muur. Wij hebben dat opgefrist, wat lichter gemaakt, opener. Daarnaast hebben we de indeling veranderd. De gasten komen nu binnen bij de bar, waardoor we ze direct welkom kunnen heten. Het voelt meteen gezellig. En het terras was niet te zien vanaf de weg omdat er hoge struiken omheen stonden. Nu zien voorbijgangers het liggen en krijgen we veel meer aanloop. En als bonus bleken er ook nog eens mooie oude lantaarns tussen de struiken verscholen te zitten. Die komen nu ook mooi tot hun recht.”

Bourgondisch en toegankelijk

Ook achter de schermen paste Robbert het nodige aan. “We hebben een volledig nieuwe keuken laten installeren door Van Gestel. Daardoor hebben we nu meer ruimte in de keuken en een veel betere routing. Dan kun je ook de kaart weer een beetje een upgrade geven. In een bedrijf als dit moet je het niet te ingewikkeld maken, denk ik. Bourgondisch en toegankelijk. We krijgen veel passanten en fietsers die lekker op het terras neerstrijken en die doe je het meeste plezier met herkenbare gerechten van een mooie kwaliteit.”

Toekomstplannen

Met 23.000 vierkante meter natuurgebied om het pand begint het ondernemersbrein van Robbert als vanzelf te malen. “Voor de toekomst hebben we nog volop plannen. We hebben straks een ruige, natuurlijke speeltuin direct achter het pand. Lekker stoer met natuurlijke materialen. Dan kunnen ouders daar in de buurt een beetje loungen op het terras. En bovenop het duin achter het pand willen we sportvelden ontwikkelen. Er is nog zoveel mogelijk hier.”

Verandering is verbetering

Alle veranderingen zijn vooral verbeteringen. Robbert vindt het belangrijk dat ook de oude eigenaren er zo over denken. “Zij vinden het geweldig geworden en zijn ook blij dat het goed loopt. Na al die generaties ondernemerschap wilden ze hier graag met een goed gevoel blijven komen. En de partner van de oud-eigenares werkt hier zelfs nog. Er is continuïteit. We vernieuwen met eerbied voor het pand en voor het verleden. Dat verhaal en dat gevoel moet je koesteren.”

Kraantje Lek: vernieuwend verleden

Tweede Leven

Met de leegloop van de oude binnensteden, het verdwijnen van traditionele industrieën en de ontkerkelijking, neemt het aantal horecazaken dat zich vestigt in oude iconische gebouwen toe. In de rubriek Tweede Leven vertellen trotse ondernemers de sterke verhalen van ‘hun’ gebouw. Ontdek bijvoorbeeld hoe andere ondernemers een weeshuis (De Nieuwe Winkel), slachthuis (Lokaal 55) of tramremise (NOOIJ DUTCH DELI) omtoverden in bruisende horecabestemmingen. 

Meer verhalen binnen deze rubriek  Bekijk alle verhalen